Diana Peters

Leraarondersteuner

Ik werk al een aantal jaren samen met een collega in het circuit. In het begin waren we echt even zoekende, maar inmiddels staat het als een huis. Leerlingen komen ernaartoe voor extra ondersteuning bij een bepaald vak, zoals Engels, Nederlands (leesvaardigheid of taalverzorging) en rekenen. In de toekomst komt Duits daar nog bij.

We werken in blokken van zes weken, daarna hebben we een weekje geen circuit. Elke maandag en vrijdag begeleiden we leerlingen tijdens het 1e en 2e uur. Maandag is voor klas 2 en vrijdag voor klas 1. Dat is nieuw; eerst deden we beide klassen alleen op vrijdag.

We hebben dan zo’n 16 leerlingen die werken aan opdrachten die we van de vakdocenten krijgen. Dat zijn oefeningen op het gebied waar ze op uitvallen of wat extra inoefening nodig hebben. Bij rekenen starten we bijvoorbeeld met een toets om te zien waar iemand moeite mee heeft. Na zes weken krijgen ze opnieuw een toets, en dan zien we vaak al vooruitgang. Soms blijven ze nog een extra periode hangen, omdat herhalen gewoon belangrijk is.

Voor Nederlands is het wat lastiger om een beginsituatie goed te toetsen, maar we krijgen vaak van vakdocenten terug dat er vooruitgang is. En ook leerlingen zelf geven dat aan. Bijvoorbeeld dat ze spelling beter snappen, of gewoon dat ze nu weten hoe ze een woord moeten opzoeken in een woordenboek. Dat hoor ik echt regelmatig terug.

We werken ook aan executieve vaardigheden. Daar waren we eerst ook zoekende in, maar inmiddels gebruiken we spelletjes die we speciaal hebben uitgezocht. Zo oefenen we die vaardigheden op een speelse manier, zonder dat het er dik bovenop ligt.

Ik vind het superleuk om op deze manier individueel met leerlingen te werken. We zetten ze soms ook op Numo, dan kunnen we meekijken en zien wat ze doen. Ook daar zien we vooruitgang.

Inmiddels hebben we een kast vol materiaal: mappen van vakken, spelletjes, drinken en zelfs wat snoepjes. We houden altijd even pauze, en proberen zo een beetje een huiskamersfeer te creëren. De leerlingen vinden dat leuk en gaan daarna ook weer lekker aan de slag.

Tussendoor neem ik af en toe een leerling apart om te evalueren. Dan vraag ik wat ze denken geleerd te hebben. Soms komt daar weinig uit, maar regelmatig hoor ik hele concrete dingen terug, en dat is echt fijn om te merken.

Ik ben ervan overtuigd dat de leerlingen hier echt wat van leren, en dat ze daarna net wat sterker in de klas staan.